‘Noem ons maar gewoon ‘dames uit Bloemhof’, dat is wel genoeg’, aldus twee dames uit Hillegom herinneringen ophalend aan vroeger. Verhalen vertellen over vroeger vinden ze een genoegen, er wordt veel gelachen. ‘Want het was best een leuke tijd, er was veel eensgezindheid en je was allemaal hetzelfde’. Kattenkwaad haalden ze als schoolkind genoeg uit, onder andere in het kleine snoepwinkeltje. Wil jij weten wat deze twee dames allemaal meemaakten?

De twee dames die dit verhaal vertelden woonden in Bloemhof. Op de plaats aan de Elsbroekerlaan waar hun huisjes stonden zijn nu vier bungalows verrezen. Ze wilden hun naam niet vermeld hebben, maar vertellen over vroeger was wel een genoegen en er werd heel wat gelachen. Het snoepwinkeltje uit hun verhaal lag overigens niet, zoals zij zeiden, in de Kortenbachstraat maar in de aangrenzende straat erachter.

Toen ze nog peuters waren woonden ze dicht bij elkaar in de Amerikabuurt. Ze vertellen hun verhaal in het oude Bloemhof, de huisjes naast Bloemswaard, waar ze allebei wonen. Een van de dingen die ze samen graag doen is het ophalen van herinneringen aan vroeger. ‘Want het was best een leuke tijd. Er was veel eensgezindheid en je was allemaal hetzelfde.’ Op gang komen kost hen geen enkele moeite.

‘Zullen we het eerst maar hebben over toen we nog naar de bewaarschool gingen?’ Hun school stond in de Mariastraat. Eerst moesten de kinderen naar de openbare lagere school voor de pokkeninenting. En met dat pokkenbriefje mochten ze dan naar de bewaarschool. Het was een zusterschool en naar de mening van de vertelsters hopeloos ouderwets.
Ze schíeten bij voorbaat al in de lach over een bepaald voorval. ‘Mijn ouders gingen zaterdagsnaar de markt in Haarlem en daar kocht moeder roze en zalmkleurige directoires voor me.Gewoonlijk droegen de kleuters katoenen broeken met een kantje en een klep, die metbanden vastgestrikt zat. Die kon dus los en het kind hoefde niet helemaal uit de kleren.Maar moeder, die voor die tijd nogal modern dacht, trok mij zo’n directoire aan. Dus toen deklas naar de w.c. moest werd ik met een oudere zus naar huis gestuurd om iets zedigers aante gaan trekken! Want je kon daar toch niet helemaal bloot gaan staan?’

Kattenkwaad haalden ze als schoolkind ook genoeg uit. ‘In de Kortenbachstraat had je eenklein snoepwinkeltje. Daar kon je koningsbroodjes of gelukstoffees krijgen voor een cent.Wij kregen maandags een cent mee naar school voor de Missie en daarvan kochten we danstiekem snoep!’ Bij dat misdrijf bleef het niet eens. De winkelierster had altijd wat tijd nodigom naar voren te komen. ‘En dan hadden wij soms al een gelukstoffee gepikt!’ Als dan ooknog op het toffeepapiertje stond: ‘goed voor weer een toffee’ loonde de zonde helemaal. Eenbewijs dat de jeugd vroeger ook niet altijd zo braaf was.

Voor de Kindsheidprocessies mochten de schoolkinderen zich verkleden. De pakjes werden gehuurd bij de zusters. ‘Ja, en de kinderen van de dokter of de bollenboeren mochten engeltje zijn, of patertje!’ ‘En U?’ Veel hilariteit. ‘Wij kregen een zakdoek op ons hoofd en waren arm kindje! Of een koeliehoed als Chinees! Voor vijftig cent kreeg je zelfs een geel gezicht!’ De Wereld Jamboree in 1937 in Vogelenzang herinneren ze zich allebei heel goed. Spontaan beginnen ze te zingen: ‘In negentien drie zeven, dan zul je wat beleven, dan komt de Jamboree naar Nederland!’ Een in die dagen zeer bekend liedje. ‘En er kwamen heel wat baby’s van achteraf!’ vermeldt een van de vertelsters nog droogjes en zeer realistisch. (Aan het eind van de Doodweg in Vogelenzang bij de kruising naar Panneland staat nog steeds een Jamboree herinneringsbord.)

Eigenlijk kunnen ze uren doorgaan met het ophalen van herinneringen. Wat er zeker nog bij moet: de Roxy bioscoop bij Sistermans. ‘Dan ging je de trapjes op en voor 35 cent mocht je eerste rang zitten. Ik had maar een kwartje, maar de vader van mijn vriendin betaalde een dubbeltje bij.’ Een enorme Godin-kachel vormde de verwarming en wie daar dichtbij zat kwam bijna om van de hitte. ‘En ik had een keer twee ons chocolaatjes van Jamin in mijn tasje! Toen ik ze er uit wilde pakken zaten ze aan de tas vast gesmolten.’ Er waren films van George Formby, Shirley Temple en Mickey Rooney te zien en – naar ze allebei zeker weten – de heer Seijsener draaide die films. ‘Er waren over de tweehonderd plaatsen. Maar het zat er altijd vol, want het was het enige dat er te doen was in Hillegom.’
Behalve dan in de dertiger jaren de radio. De programma’s kwamen van de radiocentrale en er was altijd ruzie in de families, omdat op de ene zender Pater de Greeve te horen was terwijl de jongeren op de andere naar de Bonte Dinsdagavondtrein wilden luisteren.
Namen bij hun leuke verhalen? Nee, dat maar niet. ‘Gewoon dames uit Bloemhof, dat is wel genoeg.’